Vraag & antwoord:
Energietechniek

Dankzij nieuwe bouwtechnieken en installaties is uw nieuwbouwhuis comfortabel en energiezuinig. Maar om welke technieken gaat het? En wat kúnnen die installaties eigenlijk? Bekijk hier de antwoorden.

Klik op info bullet voor meer informatie
Lees meer

Waar of niet waar? Buitenlucht is viezer dan binnenlucht

De verwarming ’s nachts lager zetten spaart geen energie. Het raam mag niet open bij balansventilatie. En isolatie van spouwmuren leidt tot vochtproblemen. Over energiezuinig wonen wordt van alles beweerd. Maar wat is waar? In de rubriek ‘Waar of niet?’ scheiden kenners feiten van fabels. Deze keer buigen ze zich over binnenlucht versus buitenlucht.

De bewering:

“Buitenlucht is viezer dan binnenlucht.”

Waar of niet? De deskundigen:

Harm Valk (partner & senior adviseur Nieman Groep): "In tegendeel! In grofweg 95 procent van de gevallen is de lucht buiten schoner dan binnen. We horen over smog en andere luchtvervuiling, maar we weten niet hoe slecht de binnenlucht is en hoe slecht we die houden. Zorg altijd voor verse lucht in de ruimte waar je bent." Mariken Stolk (Senior communicatieadviseur Milieu Centraal): "Niet waar. De luchtkwaliteit in huis is vaak slechter: een op de tien woningen heeft last van schimmel en in veel huizen is binnen meer fijnstof aanwezig dan buiten. Ventilatie door buitenlucht in de woning te laten en vieze lucht af te voeren, blijft dus een noodzaak." André Meester (Ambassadeur sectie wonen VLA): "Een fabeltje. Het omgekeerde is het geval. Binnenlucht is vrijwel altijd 'viezer' dan buitenlucht. We zeggen niet voor niets: 'even een frisse neus halen' als we naar buiten gaan. Frisse en gezonde lucht haal je van buiten door continu te ventileren." Piet Jacobs (scheikundig technoloog en ventilatie-expert TNO): "In een luchtdichte woning, met filters in de toevoerlucht, is het mogelijk om de binnenlucht schoner te maken dan de buitenlucht. Maar als er in het ontwerp en de inrichting  van de woning geen aandacht voor kookafzuiging is gegeven dan is de concentratie fijnstof binnen juist in zo’n luchtdichte woning langdurig veel hoger dan buiten."

Welke bewering wilt u voorleggen aan de kenners?

Kent u ook een veelgehoorde bewering over energiezuinig wonen? En wilt u dat onze kenners daar een oordeel over vormen? Stuur ons dan een mail via redactie@bewustnieuwbouw.nl. De meest prikkelende beweringen leggen we aan de deskundigen voor en komen terug in deze rubriek.

Meer informatie over ventileren:

Lees ook het bericht Aandacht voor fijnstof in de keuken met daarin een link naar een televisie-uitzending met Piet Jacobs die een hamburger bakt en laat zien hoeveel fijnstof hierbij ontstaat.

Isolatie van gevel, vloer en dak

Goede isolatie van gevel, vloer en dak werkt als een deken: het houdt warmte langer vast. Het scheelt veel energie en het zorgt ook nog eens voor meer comfort.

Waarom goed isoleren?

Hoe beter de isolatie, hoe minder warmte er verloren gaat en hoe minder hard de verwarming hoeft te werken. Isolatie van de gevel (in de spouw) is belangrijk, maar ook isolatie onder de vloer en vooral isolatie van het dak. Het hele huis moet worden ingepakt. Goede isolatie geeft een lagere energierekening en meer comfort. Het is overal behaaglijk warm, de vloer trekt niet koud op en als de deur naar de gang even openstaat vliegt niet alle warmte naar boven.

De isolatiewaarde

De isolatiewaarde wordt ook wel de Rc-waarde genoemd. Deze wordt uitgedrukt in m2K/W. In het Bouwbesluit staat hoe hoog de isolatiewaarde in nieuwbouwwoningen minstens moet zijn. Als een woning daar niet aan voldoet, mag een gemeente er geen omgevingsvergunning voor afgeven. Bouwbedrijven kunnen wel kiezen om meer isolatie toe te passen.  
Wettelijk verplichte en geoptimaliseerde Rc-waarde bij nieuwbouwwoningen
Onderdeel Eis volgens Bouwbesluit (2015) Optimalisatie Extra aardgas-besparing*
Dak 6,0 10,0 27 m3
Gevel 4,5 8,0 19 m3
Vloer 3,5 5,0 10 m3
* Op jaarbasis voor een standaard tussenwoning.

Aandachtspunten

  • Isolatie van gevel, vloer en dak gaat net zolang mee als het huis zelf. Als bewoner hoeft u er nooit naar om te kijken. Eén keer goed isoleren, geeft daarna altijd energiebesparing en comfortwinst.
  • Als een huis er eenmaal staat is na-isolatie vaak slechts beperkt mogelijk. Het vergt vaak een ingrijpende renovatie.

Meer informatie:

Isolatieglas en geïsoleerde kozijnen

Isolatieglas en geïsoleerde kozijnen beperken het energieverlies bij ramen en deuren. HR++-glas is in de nieuwbouw bijna standaard. Drievoudig glas is sterk in opkomst.

Waarom isolatieglas?

Een huis verliest via glas acht keer zoveel warmte als via de gevel. Het is dus belangrijk dat verlies aan te pakken. Dat kan met goed isolatieglas in goede kozijnen. De zon schijnt net zo goed naar binnen, maar er verdwijnt minder warmte. Isolatieglas zorgt ook voor meer comfort omdat de koudeval langs het raam (het gevoel van tocht) afneemt. Vooral bij hoge ramen en bijvoorbeeld bij een schuifpui is dat een groot voordeel. Verder wordt geluid van buiten door isolatieglas beter tegengehouden.

HR++-glas en drievoudig glas

In nieuwbouwhuizen is toepassing van HR++-glas bijna standaard. Dat is dubbelglas voorzien van bepaalde coatings die de warmtestraling tussen de glasbladen reduceert. Tussen de glasbladen zit geen lucht maar edelgas (Argon of Krypton) dat de warmte nog beter tegenhoudt. De toepassing van drievoudig glas (triple glas) is in opkomst. Drievoudig glas isoleert bijna twee keer zo goed als HR++-glas.

De isolatiewaarde

De isolatiewaarde van glas en kozijnen wordt ook wel de U-waarde genoemd. Deze wordt uitgedrukt in W/m2K. De U-waarde geeft aan hoeveel warmte het glas doorlaat. Hoe lager de U-waarde, hoe beter de isolerende werking. In het Bouwbesluit staat dat de U-waarde maximaal 1,65 mag zijn. Daarbij gaat het om de U-waarde van het hele raam: glas inclusief kozijn. Om dat te bereiken is minimaal HR++-glas nodig. Bouwbedrijven kunnen zelf kiezen voor een hogere isolatiewaarde door toepassing van verbeterde kozijnen en drievoudig glas.

Aandachtspunten

  • ’s Zomers kunnen ramen op oost en west oververhitting geven: de zon schijnt diep in huis, maar je raakt de warmte niet meer kwijt. Voor een goed woonklimaat is dus ook goede buitenzonwering nodig.
  • Goed isolatieglas, vooral drievoudig glas, kan ’s ochtends in het voor- en najaar aan de buitenkant beslaan. De condens verdwijnt na een tijdje vanzelf.
  • Drievoudig glas is zwaarder dan HR++-glas. Het glaspakket is minstens 36 millimeter dik. Kozijnen moeten daarop berekend zijn en draairamen zijn zwaarder te bedienen. In de praktijk kan een beweegbaar raam met drievoudig glas niet groter zijn dan 2 m2.

Meer informatie:

Luchtdicht en geen kieren

Een modern nieuwbouwhuis is zo goed mogelijk luchtdicht. Dat is een voordeel, want in een huis zonder kieren en naden is er minder tocht en vliegt er geen warmte ongecontroleerd naar buiten.

Tocht is geen ventilatie

Ieder huis moet continu geventileerd worden. Daarom denken sommige mensen dat het niet zo erg is als een huis een beetje lek is. Dat is een misverstand. Als buitenlucht door kieren en naden binnenkomt, is dat meestal teveel, op de verkeerde plek en op verkeerde momenten. Er ontstaat tocht en er kan schade aan de constructie ontstaan. Een modern huis is kierdicht (of luchtdicht) gebouwd. Een goed ventilatiesysteem zorgt daarna dat er precies genoeg verse lucht binnenkomt.

Blowerdoortest

Sommige bouwbedrijven meten de luchtdichtheid van een huis. Daarvoor wordt in het kozijn van de voordeur tijdelijk een speciale ‘blowerdoor’ geplaatst. Dat is testdeur met een ingebouwde luchtpomp. Via de blowerdoor wordt het huis als het ware opgepompt. En net als bij een lekke band stroomt de lucht via kieren en naden daarna weer weg. De snelheid waarmee dat gebeurt, is een maat voor de luchtdichtheid van het huis. Door rook in plaats van lucht in het huis te blazen, is ook goed te zien wáár zich luchtlekken bevinden.

Aandachtspunten

  • Als uw huis niet voldoende kierdicht is, bent u meer kwijt aan stookkosten.
  • Als uw huis niet voldoende kierdicht is en u heeft vloerverwarming en/of wandverwarming, kan het moeilijk zijn om het overal lekker warm te krijgen.

Meer informatie:

Passieve zonne-energie

Glas op het zuiden maakt uw huis aangenaam en licht. U ontvangt bovendien veel gratis warmte. Het heet passieve zonne-energie: zonne-energie waar geen installaties aan te pas komen.

Het principe van passieve zonne-energie

Bij passieve zonne-energie zorgt de zon automatisch voor warmte en licht in huis, zonder dat er installaties voor nodig zijn. Het principe is simpel: als de zon naar binnen schijnt, wordt uw huis warm, terwijl warmte door het glas zoveel mogelijk wordt tegengehouden. Sommige huizen zijn speciaal op dit principe ontworpen. Door optimaal gebruik te maken van warmte en licht van de zon, is uw energierekening uiteraard fors lager.

De kenmerken van passieve zonne-energie

  • Er is veel glas op het zuiden. De noordgevel is relatief gesloten.
  • Het huis is goed geïsoleerd zodat de warmte niet direct weer naar buiten vliegt.
  • Soms is er aan de zuidkant van het huis en buiten de geïsoleerde schil een serre.
  • Er is veel bouwmassa: steenachtige materialen die de warmte tijdelijk opslaan. Ondanks de wisselende kracht van de zon ontstaat hierdoor een gelijkmatige temperatuur in huis.
  • Er is goed regelbare zonwering, vooral bij ramen op oost en west, waar de zon laag staat en diep naar binnen schijnt.
  • Er zijn diepe overstekken boven de ramen op het zuiden. In de zomer, als de zon hoog staat, geven deze schaduw op het raam. In de winter, als de zon laag staat, schijnt hij er onderdoor.

Aandachtspunten

  • Passieve zonne-energie is volledig verbonden met het huis zelf. Als bewoner hoeft u er niet naar om te kijken. U profiteert wel van een lagere energierekening.
  • Passieve zonne-energie kan worden gecombineerd met zonnepanelen en een zonneboiler.
  • Soms kunt u met begroeiing in de tuin aan de zuidkant van het huis de zoninstraling beïnvloeden. Een loofboom geeft in de zomer schaduw en laat in de winter de meeste zon door.

Meer informatie:

Zonnepanelen (voor elektriciteit)

Zonnepanelen op dak leveren een deel van de elektriciteit die in huis nodig is. Als de panelen meer leveren dan er wordt gebruikt, gaat de rest naar het net en draait de meter terug.

Waarom zonnepanelen?

Zonnepanelen worden ook wel PV-panelen genoemd. PV is de afkorting van fotovoltaïsche zonne-energie. Zonnepanelen zetten zonlicht rechtstreeks om in elektriciteit. Via een omvormer zijn de panelen aangesloten op het lichtnet. De opgewekte elektriciteit wordt eerst in huis gebruikt. Is er daarna nog over, dan gaat de rest naar het net en loopt de meter terug. Als de panelen te weinig leveren, vult het lichtnet aan. U heeft dus wel altijd de beschikking over elektriciteit, maar u betaalt minder.

Welke technieken zijn er?

In nieuwbouwhuizen worden zonnepanelen eventueel met zonnecollectoren netjes in het dakvlak verwerkt. Onder de panelen liggen geen dakpannen, maar een waterkerende folie. De meest gangbare panelen hebben een afmeting van 1,6 x 1 meter en een vermogen van maximaal 250 Watt. Andere afmetingen komen ook voor. De opbrengst hangt af van de oriëntatie van het zonnedak. De hoogste opbrengst wordt bereikt met een schuin dak op het zuiden. De opbrengst is maximaal 175 kWh per vierkante meter per jaar. Bij een schuin dak op zuidwest of zuidoost is de opbrengst ongeveer 5 procent lager. Het gemiddelde elektriciteitsverbruik van een huishouden in Nederland is 3.340 kWh. Een zonnedak van 19 vierkante meter is voldoende om dat te dekken. Een all electric huis (zonder gasaansluiting) heeft meer zonnepanelen nodig.

Aandachtspunten

  • Zonnepanelen schelen flink op uw energierekening. Het financiële rendement op de investering is bij de huidige stroomprijzen ongeveer zes procent per jaar.
  • Zonnepanelen werken het best als ze niet in de schaduw komen. Bij hoog opgaande begroeiing moet u daar rekening mee houden. Het is ook niet zomaar mogelijk om (later) een dakraam of een dakkapel aan te brengen, tenzij de panelen kunnen worden verplaatst.
  • In principe hoeven de panelen niet te worden gereinigd; door regen spoelen ze vanzelf schoon.
  • Soms liggen de panelen over het hele dak van een rij huizen. Uw panelen liggen dan misschien op het dak van de buren. In die gevallen wordt dat juridisch via opstalrecht geregeld.

Meer informatie:

Zonneboiler (voor warm water)

Een zonneboiler bestaat uit een zonnecollector op dak en een voorraadvat dat meestal op zolder staat. Met deze installatie wordt tapwater door de zon verwarmd.

Hoe werkt een zonneboiler?

Een zonneboiler bestaat uit een collector en een voorraadvat. De zonnecollector vangt zonnestraling op en verwarmt daarmee water dat door de zonnecollector stroomt. De ingevangen warmte wordt afgestaan aan drinkwater in het voorraadvat. In de zomer kan het water in dat vat makkelijk 90°C worden. Maar ook in de winter wordt het vaak nog behoorlijk warm. Een naverwarmer, bijvoorbeeld een cv-combiketel of een warmtepomp, zorgt ervoor dat het tapwater altijd op 60°C komt. Bij deze temperatuur krijgen bacteriën zoals legionella geen kans. Als het water in het voorraadvat heter is, wordt het met koud water aangevuld tot de vereiste 60°C is bereikt.

Uw rendement

Om optimaal van de zon te profiteren, moet u rekenen met minstens 1 m² collectoroppervlak en minstens 50 liter boilerinhoud per persoon. Met een zonneboiler wordt het energieverbruik voor warm tapwater dan ongeveer gehalveerd.

Gebruikte technieken

De meest voorkomende collector is de vlakkeplaatcollector. Deze bestaat uit een metalen plaat van ongeveer 2,5 m² waarin dunne leidingen voor het collectorwater zijn verwerkt. De plaat is donkergekleurd en voorzien van een spectraal-selectieve laag. Er zijn ook collectoren die bestaan uit vacuümbuizen. Deze hebben een iets hoger rendement dan een vlakkeplaatcollector. In nieuwbouwhuizen liggen zonnecollectoren met eventuele zonnepanelen voor elektriciteit netjes in het dakvlak tussen de dakpannen.

Aandachtspunten

  • Een zonnecollector hoeft u in de regel niet schoon te maken. Met regen gebeurt dat vanzelf.
  • Een zonneboiler moet eens in de vijf jaar worden nagekeken, liefst tegelijk met onderhoud van de installaties voor verwarming en ventilatie. Het onderhoud kost ongeveer 50 tot 100 euro.
  • U kunt een zonneboiler uitstekend combineren met een hot-fill wasmachine en vaatwasmachine.

Meer informatie:

Bodemenergie en warmte-koudeopslag

Bodemenergie zorgt voor energiezuinige verwarming in de winter en koeling in de zomer. Een warmtepomp haalt ’s winters de warmte omhoog en stopt deze ’s zomers weer in de grond.

Hoe werkt bodemenergie?

Op een diepte van 30 tot 100 meter heeft de Nederlandse bodem een constante temperatuur van 10 tot 12°C. Een warmtepomp haalt die warmte omhoog, voegt er het nodige aan toe en gebruikt het vervolgens voor verwarming van uw huis. In de zomer keert het systeem om. Dan wordt warmte aan uw huis onttrokken en in de grond gepompt. Uw huis blijft lekker koel en de bodembron bewaart de warmte voor in de winter. Per saldo is het systeem in evenwicht. Het systeem wordt ook wel warmte-koudeopslag genoemd (afgekort: wko). Om uw huis te verwarmen en te koelen, gebruikt u vloerverwarming en/of wandverwarming.

Collectief en individueel

Bodemenergie wordt soms in collectieve systemen toegepast. Er is dan één bron voor meerdere woningen. U krijgt warm water geleverd vanuit een centraal punt. In huis doet een warmtepomp de rest. Soms is ook de warmtepomp onderdeel van het collectieve systeem, bijvoorbeeld in een appartementengebouw. De exploitatie van het collectieve systeem is in handen van een vereniging of een speciaal hiervoor opgericht bedrijf. U betaalt dan een maandelijks bedrag voor de levering van warmte en koude. Bij individuele systemen heeft iedere huis een eigen bron en een eigen warmtepomp.

Kosten en baten

Een individueel bodemenergiesysteem (bron, warmtepomp en afgiftesysteem) kost circa € 15.000 voor een gemiddeld nieuwbouwhuis. Dat is aanzienlijk meer dan de kosten voor een traditionele HR-ketel. Onderhoud van het systeem kost bovendien circa 20 euro per maand. Maar het voordeel op de energierekening ten opzichte van aardgasverwarming kan oplopen tot duizend euro per jaar. Een collectief systeem is door de schaalgrootte goedkoper in ontwerp, aanleg en onderhoud. De investering valt bovendien buiten de v.o.n.-prijs van het huis. In het gebruik moet u echter rekening houden met maandelijkse kosten. Soms zijn die kosten gemaximeerd volgens het principe ‘niet meer dan anders’.

Aandachtspunten

  • Let goed op of het bodemenergiesysteem uw eigendom is, of dat deze buiten de eigendom van het huis valt. Bekijk of de financiële onderbouwing klopt, vooral als er sprake is van ‘niet meer dan anders’.
  • Door ’s zomers te koelen, wordt de bodembron opgewarmd voor de winter. Daarmee bespaart u energie. U hoeft dus niet ‘zuinig’ te zijn met koeling in de zomer. Juist niet.
  • Het systeem is berekend op het huis zoals dat is opgeleverd. Als u gaat verbouwen, kan de warmtevraag veranderen en dus ook het rendement van het systeem.
  • In een huis met bodemenergie en een warmtepomp heeft u meestal geen aansluiting op het aardgasnet.

Meer informatie:

Stadsverwarming en blokverwarming

Bij stadsverwarming of blokverwarming heeft u geen eigen cv-ketel. U krijgt energie voor verwarming en warm tapwater vanuit een gezamenlijke warmtebron.

Stadsverwarming

Bij de productie van elektriciteit uit kolen of gas gaat een deel van de energie als warmte verloren. Ook bij afvalverbranders en verschillende industrieën komt warmte vrij. Die restwarmte kan nuttig worden gebruikt voor verwarming en warm tapwater in huizen en gebouwen in de buurt. Met stadsverwarming verkleint u de uitstoot van CO2. U heeft immers geen eigen cv-ketel, maar gebruikt warmte die anders verloren gaat.

Blokverwarming

Blokverwarming houdt in dat er een gezamenlijke warmtebron is voor meerdere woningen in één blok of een appartementencomplex. Die gezamenlijke bron kan stadsverwarming zijn, maar ook een collectieve warmtepomp, eventueel met warmte-koudeopslag. Er is een rechtspersoon die de bron en het leidingnet exploiteert. Soms is dat een apart hiervoor opgericht bedrijf. Een gezamenlijke warmtebron kan door zijn schaalgrootte efficiënter zijn. Als consument hoeft u niet zelf een ketel aan te schaffen en te onderhouden. Ook bespaart het ruimte in uw huis.

Warmtenet

De warmte vanuit de stadsverwarming of de blokverwarming wordt in de vorm van warm water via een warmtenet aan de afnemers in de buurt geleverd. In de meterkast heeft u een warmte-afleverset die de warmte in huis verdeelt. Als u stadsverwarming of blokverwarming heeft, bent u verplicht aangesloten op een (lokaal) warmtenet. In de meeste situaties krijgt u dan geen aansluiting op het aardgasnet.

De Warmtewet

Bewoners die aangesloten zijn op een warmtenet, hebben niets te kiezen. Dat geldt ook voor blokverwarming met een collectieve warmtepomp met wko. Voor hen is er daarom de Warmtewet. Deze beschermt de consument en garandeert een betrouwbare warmtelevering tegen redelijke voorwaarden. De prijs van warmte mag ‘niet meer dan anders’ zijn. Dat wil zeggen: u bent niet meer kwijt dan wanneer u aardgasverwarming heeft. Dit wordt gecontroleerd door de Autoriteit Consument & Markt.

Aandachtspunten

  • Als bewoner heeft u geen omkijken naar stadsverwarming en blokverwarming. Er zijn geen apparaten in huis, dus is er ook geen onderhoud. Het scheelt bovendien ruimte.
  • U kunt niet zelf uw leverancier voor warmte kiezen.
  • U heeft waarschijnlijk geen aansluiting op het aardgasnet.

Meer informatie:

HR-combiketel

Een HR-combiketel is een aardgasgestookte cv-ketel. HR staat voor hoog rendement. Een combiketel levert warmte voor verwarming èn voor warm tapwater.

Wat is een HR-combiketel?

Als een energiezuinig nieuwbouwhuis een aardgasgestookte cv-ketel heeft, is dat waarschijnlijk een HR-combiketel. HR staat voor hoog rendement. Een combiketel zorgt daarbij niet alleen voor verwarming, maar ook voor warm tapwater. Nieuwe HR-combiketels zijn meestal zogenoemde doorstroommodellen. Die houden geen water warm in een voorraadvat, maar verwarmen het direct. Oudere modellen, zoals een VR-ketel (verbeterd rendement) of combiketels met een voorraadvat vinden in de nieuwbouw geen toepassing meer.

Het rendement van een HR-combiketel

De warmte die vrijkomt bij verbranding van aardgas wordt in de ketel toegevoegd aan cv-water en tapwater. Daar bovenop wordt condensatiewarmte uit de rookgassen gehaald. De rookgassen zijn zover afgekoeld dat waterdamp condenseert en apart moet worden afgevoerd. Het totale rendement (rendement op onderwaarde) is daardoor meer dan 100%. Gangbaar is een rendement van 107% op onderwaarde: 96% verbrandingswarmte plus 11% condensatiewarmte.

Keurmerken

Er zijn verschillende keurmerken die aangeven of uw ketel goed is.
  • Iedere ketel heeft een CE-keurmerk. Dat is een verplicht keurmerk in de EU.
  • Het Gaskeur is een vrijwillig (onafhankelijk) keurmerk dat verder gaat dan het verplichte CE-keurmerk. Gaskeur HR-107 betekent een rendement van 107% op onderwaarde. Het Gaskeur kijkt ook naar veiligheid en schone verbrandingsgassen.
  • Sinds 2015 is OK CV een apart keurmerk dat een vakkundige en veilige installatie van uw ketel garandeert.

Aandachtspunten

  • Het rendement van uw installatie hangt ook af van het warmte-afgiftesysteem in uw huis, de isolatie van cv-leidingen en de lengte van leidingen voor warm tapwater. Ook de instellingen en de regeling van uw installatie hebben invloed op het uiteindelijke rendement.
  • Door periodiek onderhoud houdt uw ketel langer het hoge rendement. Dat betekent dus ook een besparing op de energiekosten. Bij een nieuwe HR-combiketel is eens per twee jaar onderhoud voldoende. Een onderhoudscontract hiervoor kost 50 tot 80 euro per jaar.

Meer informatie:

Warmtepomp

Een warmtepomp heeft een zeer hoog rendement en wordt gebruikt voor verwarming en warm tapwater. In de zomer draait het systeem om, dan zorgt het voor koeling.

Hoe werkt een warmtepomp?

Een warmtepomp haalt warmte uit een bron en brengt die naar een hoger temperatuurniveau, geschikt voor verwarming en warm tapwater. Mogelijke bronnen zijn de ondergrond (verticale bodembron), de grond rond uw huis (horizontale bodembron), omgevingslucht of oppervlaktewater. In de bron wordt een warmtewisselaar aangebracht. Door expansie van een vloeistof in die warmtewisselaar wordt warmte aan de bron onttrokken. De vloeistof wordt door de warmtepomp rondgepompt en door compressie aan de andere kant van het systeem staat hij de warmte vervolgens af aan de uw huis. Om de werking te begrijpen, kunt u denken aan een koelkast: die werkt ook met een warmtepomp. In de zomer draait het systeem om. Dan wordt de warmte aan het huis onttrokken en aan de bron afgestaan.

Vloerverwarming of wandverwarming

Een warmtepomp werkt het best als de verwarming in huis wordt gerealiseerd bij een lage temperatuur, liefst met vloerverwarming of wandverwarming. Het verwarmingssysteem vormt daarmee een integraal onderdeel van uw huis. De capaciteit en de regelbaarheid van het systeem zijn nauwkeurig afgestemd op het huis.

Hoge kosten, hoog rendement

Een warmtepomp kost inclusief het bronsysteem en het afgiftesysteem circa 15.000 euro voor een gemiddeld nieuwbouwhuis. Onderhoud van het systeem kost bovendien circa 20 euro per maand. Maar het rendement is hoog. Een combiwarmtepomp gebruikt elektriciteit, maar dat is meestal maar de helft van de energie die een gasgestookte HR-combiketel vraagt. Het voordeel op de energierekening kan oplopen tot duizend euro per jaar.

Aandachtspunten

  • Let goed op of de warmtepomp uw eigendom is, of dat deze buiten de eigendom van het huis valt. Bekijk of de financiële onderbouwing klopt.
  • Een bijkomend voordeel van een warmtepompsysteem is, dat het hiermee mogelijk is om uw huis in de zomer actief te koelen.
  • De capaciteit van een warmtepomp is afgestemd op het huis zoals dat is opgeleverd. Als u het huis met een aanbouw vergroot, verandert de warmtevraag. Het rendement van het systeem kan dan sterk dalen.
  • In een huis met een warmtepomp heeft u meestal geen aansluiting op het aardgasnet.

Meer informatie:

Vloerverwarming en wandverwarming

Vloerverwarming en wandverwarming heet ook wel lagetemperatuurverwarming (LTV). Dit verwarmingssysteem zorgt voor gelijkmatige warmte in huis. Dat kost minder energie.

Waarom vloerverwarming en/of wandverwarming?

Vloerverwarming en wandverwarming worden ook wel aangeduid met de term lagetemperatuurverwarming (LTV). In een traditionele centrale verwarming is het water dat naar de radiatoren gaat vaak 80 tot 90°C. Bij LTV is het circulatiewater meestal 30 tot 50°C. Het water geeft die warmte af via een groot oppervlak: de vloer, de wand en/of relatief grote convectoren (LT-radiatoren). Het voordeel van LTV is een gelijkmatige warmte in huis. De thermostaat kan daardoor gemiddeld twee graden lager. Dat kost minder energie. LTV is bovendien goed te combineren met een warmtepomp. Andere voordelen zijn vermindering van luchtwerveling en opdwarrelend stof en ruimtebesparing als er geen radiatoren in de kamer hangen.

Welke technieken zijn er?

Vloerverwarming werkt met flexibele slangen die in de vloer zijn ingestort. Bij wandverwarming lopen die slangen door (woning)scheidende wanden. Via een verdeelunit is het slangenstelsel verbonden met een verwarmingstoestel. In nieuwbouwhuizen is er soms alleen op de begane grond vloer- en/of wandverwarming. Daar is een constante temperatuur immers het belangrijkste. Op de (slaap)verdieping hangen dan convectoren. Combinaties zijn ook mogelijk: vloerverwarming met een LT-radiator of, in de badkamer, met een handdoekradiator.

Aandachtspunten

  • Toepassing van LTV moet in goede balans zijn met het totale energieconcept van het huis. Het werkt alleen goed als het huis ook goed geïsoleerd is. In een matig of slecht geïsoleerd huis heeft LTV meer nadelen dan voordelen.
  • LTV is een traag systeem. Dat wil zeggen: het duurt lang voordat een huis op temperatuur is. Bij LTV is nachtverlaging met 2 graden voldoende. In een zeer goed geïsoleerd huis kunt u de thermostaat in de woonkamer beter altijd op dezelfde stand laten staan. Het kost vaak meer energie om het huis ’s morgens op te warmen dan u met nachtverlaging zou uitsparen.
  • Vloerverwarming werkt het best met harde vloerbedekking zoals plavuizen, linoleum of dun tapijt. Hoogpolig tapijt is af te raden.
  • Wandverwarming werkt het best als de wand voor het grootste deel vrij is. Een wandkast kan de werking verstoren. Wees voorzichtig met in de wand te boren. Met een detector of een wallscanner kunt u de leidingen opsporen.

Meer informatie:

Koeling zonder airco

Er zijn verschillende manieren om een energiezuinig huis in de zomer aangenaam koel te houden. Energiezuinige technieken zijn goede buitenzonwering, balansventilatie en warmte-koudeopslag.

Teveel zon in huis

Een goed geïsoleerd huis waar de zon prettig naar binnen schijnt, is aangenaam licht en warm. Maar op zomerse dagen kan het teveel zijn. Een airco is dan een dure oplossing. In een modern, energiezuinig nieuwbouwhuis zijn betere oplossingen.

Buitenzonwering

Buitenzonwering voor de ramen, vooral aan de oostkant en de westkant van het huis, waar de zon diep naar binnen schijnt, voorkomt dat het binnen te warm wordt. Zorg wel dat de zon niet onder de zonwering door naar binnen kan schijnen. Een goed ontworpen huis heeft boven de ramen op het zuiden een diepe overstek. Dat is goed, want die zet de ramen in de zomer automatisch in de schaduw. Als dan niet voldoende is, kunt u natuurlijk ook zelf zonwering ophangen. Er zijn ook glassoorten met zonwerende eigenschappen.

Balansventilatie

Balansventilatie helpt om een huis koel te houden. Balansventilatie is er in eerste instantie voor bedoeld om verse buitenlucht voor te verwarmen met de warmte van de lucht die uit het huis wordt afgezogen. In de zomer keert het systeem echter om. Dan wordt de warme buitenlucht eerst zoveel mogelijk afgekoeld met de naar verhouding koele lucht van binnen.

Bodemenergie en warmte-koudeopslag

Als uw huis een systeem heeft met koeling via bodemenergie (warmte-koudeopslag), zit u goed. In de zomer wordt warmte aan uw huis onttrokken en opgeslagen in de ondergrond. In de winter wordt die warmte weer benut. Dit is één van de grote comfortvoordelen van bodemenergie.

Aandachtspunten

  • In de zomer kan nachtventilatie helpen om het huis koel te houden. Door ’s nachts (dak)ramen open te zetten, verdwijnt overtollige warmte en komt koelere lucht binnen. Overdag houdt u de ramen zoveel mogelijk gesloten.
  • Balansventilatie zorgt er automatisch voor dat ’s zomers de warmte zoveel mogelijk buiten blijft.
  • Alle energie die u in huis gebruikt, wordt uiteindelijk omgezet in warmte. Met energiezuinige apparaten en lampen gebruikt u minder energie en komt er dus ook minder warmte vrij. Laat apparaten niet op stand-by staan, maar zet ze na gebruik uit of gebruik stand-by-killers.

Meer informatie:

Warmte uit douchewater

Met een douche-wtw wordt warmte uit wegstromend douchewater nuttig gebruikt. Een warmtewisselaar zorgt voor warmteterugwinning (wtw), dus voor hergebruik van de warmte.

Waarom een douche-wtw?

Warmteterugwinning uit douchewater spaart energie die anders via het doucheputje wegloopt. De energie wordt gebruikt om leidingwater voor te verwarmen. Daarmee gebruikt u de warmte dus telkens opnieuw. Het energieverbruik voor douchewater daalt hierdoor met bijna 40 procent. In een gemiddeld huishouden, bij gebruik van een HR-107 combiketel  komt dat neer op een besparing van 100 m³ aardgas per jaar. Bij nieuwbouw is een douche-wtw al snel een rendabele investering. De meerkosten (in de v.o.n.-prijs) zijn niet hoger dan 600 tot 900 euro.

Hoe werkt een douche-wtw?

De warmteterugwinning gebeurt met een warmtewisselaar rond de afvoerbuis, net onder het afvoerpunt van de douche. Dit wordt ook wel een douchepijp-wtw genoemd. Koud leidingwater stroomt in tegengestelde richting langs de afvoerbuis. Het schone water neemt de warmte van het douchewater aan, uiteraard zonder dat de twee waterstromen met elkaar mengen. Een douchepijp-wtw past alleen als er onder het afvoerpunt voldoende verticale ruimte is. Bij een douche op de begane grond is die ruimte er vaak niet. Dan is een douchebak-wtw (met een speciale douchebak) of een douchegoot-wtw (bij een inloopdouche) mogelijk.

Aandachtspunten

  • Bij een douche-wtw heeft u een thermostatische mengkraan nodig om te zorgen voor een constante temperatuur van het douchewater.
  • Een douche-wtw wordt bij nieuwbouw aangebracht. U ziet er niets van en er is geen technisch onderhoud nodig.

Meer informatie:

  • MilieuCentraal geeft meer informatie over de douche-wtw. Hier vindt u ook een filmpje.

Mechanische ventilatie

Uw huis moet altijd voldoende ventileren. Met mechanische afzuiging van ventilatielucht bent u altijd verzekerd van voldoende schone lucht in het hele huis.

Waarom mechanische ventilatie?

Een nieuw, energiezuinig huis is kierdicht en goed geïsoleerd gebouwd. Daar is 24 uur per dag ventilatie nodig. Dat is een voorwaarde voor een gezond binnenklimaat. Met mechanische ventilatie bent u daarvan verzekerd. Mits de installatie goed is aangelegd en onderhouden.

Hoe werkt mechanische ventilatie?

Mechanische ventilatie zorgt voor een voortdurende luchtverversing. De installatie bestaat uit een MV-box (met een luchtpomp) en ingebouwde ventilatiekanalen. Lucht wordt uit de verschillende vertrekken afgezogen en via de MV-box afgevoerd naar buiten. Verse lucht komt op natuurlijke wijze binnen via ventilatieroosters die meestal boven de ramen zitten. Ook via openstaande (klep)ramen komt verse lucht binnen. Via openingen onder de deuren stroomt de lucht door het hele huis. Als ook de toevoer van verse lucht mechanisch is geregeld, wordt meestal gesproken van balansventilatie.

Regelsystemen

Het ventilatiesysteem kan handmatig worden geregeld. Daarvoor is er een driestandenschakelaar in de keuken en de badkamer. Als u thuis bent, zet u de schakelaar op 2 en als u weggaat zet u hem op 1. Stand 3 is bedoeld voor extra ventilatie tijdens douchen en/of koken. Veel huizen hebben naast een driestandenschakelaar een automatische vraaggestuurde regeling. Hierbij registreren sensoren de luchtvochtigheid en de CO2. Op basis hiervan wordt de ventilatie steeds precies geregeld. Als er veel mensen in een kamer zijn, gaat het systeem vanzelf harder werken. Met deze regeling bespaart u energie, omdat er nooit onnodig veel warme lucht uit het huis wordt afgevoerd.

Aandachtspunten

  • Zet de installatie nooit uit, behalve in geval van calamiteit (als de sirene gaat)
  • Laat de ventilatieroosters open. Doet u ze even dicht, vergeet dan niet ze later weer open te zetten.
  • Zet gerust een raam open, ook al hoeft dat niet.
  • Laat de deurspleten vrij. Die zijn  voor de luchtcirculatie in huis
  • De ventilatieventielen in het plafond of de wand kunt u zelf schoonmaken. Let op dat u ze op dezelfde plaats weer terugplaatst.
  • De installatie moet eens per twee jaar door een onderhoudsbedrijf worden nagekeken.
  • De leverancier van het huis kan bij oplevering een Ventilatie Prestatie Keuring laten uitvoeren. Vraag daar naar. Vraag ook naar specifieke aandachtspunten voor gebruik.

Meer informatie:

Balansventilatie met warmteterugwinning

Balansventilatie zorgt voor voldoende verse lucht. Lucht wordt mechanisch afgevoerd en mechanisch toegevoerd. De warmte uit de afgezogen lucht wordt teruggewonnen om de verse lucht voor te verwarmen.

Waarom balansventilatie?

Bij balansventilatie wordt lucht mechanisch uit het huis afgezogen. De warmte wordt hieruit onttrokken en toegevoegd aan verse lucht van buiten. Daarna wordt ook de verse lucht weer mechanisch in de woning gebracht. Als het systeem goed is ontworpen, aangelegd en onderhouden, zorgt het voor comfort en gezondheid, in combinatie met een gunstige energieprestatie.

Hoe werkt balansventilatie?

Een systeem met balansventilatie bestaat uit een ventilatie-unit die meestal op zolder staat. In huis zijn luchtkanalen aangelegd voor toe- en afvoer. Op verschillende plaatsen in huis zitten afzuig- en inblaasventielen in het plafond of de wand. In de ventilatie-unit zit een luchtpomp en een warmtewisselaar. De warmtewisselaar haalt de warmte uit de afgezogen lucht en voegt die toe aan de verse buitenlucht. Balansventilatie is in principe een gesloten systeem. Boven de ramen vindt u dan ook geen ventilatieroosters. Dat heeft voordelen: er is geen kans op tocht en er komt minder geluid binnen.

Warmte en koelte

Warmteterugwinning gebeurt alleen wanneer er in huis een warmtevraag is. Als het binnen warm genoeg is, treedt er automatisch een bypass in werking. Dan gaat overtollige warmte direct naar buiten en vindt ventilatie plaats met onverwarmde buitenlucht. Als het buiten nóg warmer is, gaat de bypass weer dicht. Dan wordt de naar verhouding koele binnenlucht gebruikt om verse lucht van buiten eerst zoveel mogelijk af te koelen. Dan houdt u de koelte binnen.

Regelsystemen

Het ventilatiesysteem kan handmatig worden geregeld met een driestandenschakelaar in de keuken en de badkamer. Als u thuis bent, zet u de schakelaar op 2 en als u weg gaat zet u hem op 1. Stand 3 is bedoeld voor extra ventilatie tijdens douchen en/of koken. Naast een driestandenschakelaar zijn veel systemen uitgerust met een automatische vraaggestuurde regeling. Hierbij registreren sensoren de luchtvochtigheid en de CO2. Op basis hiervan wordt de ventilatie altijd precies geregeld. Als er veel mensen in een kamer zijn, gaat het systeem automatisch harder werken.

Aandachtspunten

  • In het verleden zijn er veel fouten gemaakt bij het aanleggen van balansventilatie. Tegenwoordig is er de Ventilatie Prestatie Keuring die de leverancier van het huis bij oplevering kan laten uitvoeren. Vraag daar naar. Vraag ook naar specifieke aandachtspunten voor gebruik.
  • Sommige mensen denken dat je bij balansventilatie geen ramen open zou mogen zetten. Dat is een misverstand. Als u een raam open wilt zetten, doet u dat.
  • Laat de deurspleten vrij. Die zijn voor de luchtcirculatie in huis
  • Zet de installatie nooit uit, behalve in geval van calamiteit (als de sirene gaat)
  • Balansventilatie vergt onderhoud. In de ventilatie-unit zitten twee filters. Die moet u af en toe stofzuigen en tweemaal per jaar vernieuwen. De ventilatieventielen in het plafond of de wand kunt u zelf schoonmaken. Let op dat u ze op dezelfde plaats weer terugplaatst.
  • De installatie moet eens per twee jaar door een onderhoudsbedrijf worden nagekeken.

Meer informatie:

Vraaggestuurde ventilatie

Bij vraaggestuurde ventilatie wordt de ventilatie automatisch afgestemd op de behoefte. Het systeem maakt daarvoor gebruik van sensoren voor CO2 en luchtvochtigheid.

Handmatig en vraaggestuurde ventilatie

Ventilatie is bedoeld om de lucht in huis prettig en gezond te houden. De ene keer is daar meer ventilatie voor nodig dan de andere keer. U kunt dat bijvoorbeeld met een driestandenschakelaar steeds zelf regelen. Als u thuis bent, zet u de schakelaar op 2 en als u weg gaat zet u hem op 1. Stand 3 is bedoeld voor extra ventilatie tijdens douchen en/of koken. Het is beter om de ventilatie automatisch te regelen op basis van de gemeten luchtkwaliteit. Hierbij registreren sensoren de luchtvochtigheid en de CO2. Een systeem dat op deze manier werkt, heet vraaggestuurde ventilatie.

Relatieve luchtvochtigheid

Een relatieve luchtvochtigheid van 40 tot 60 procent is gezond en prettig. Bij vraaggestuurde ventilatie wordt dat met een sensor gemeten. Wanneer de luchtvochtigheid te hoog wordt, gaat de ventilatie harder werken. Afhankelijk van het systeem zijn er minstens één of twee sensoren nodig: in de badkamer en in de keuken. Op die plaatsen is de luchtvochtigheid immers vaak het hoogst. Soms ziet u de sensoren niet omdat ze in het ventilatiesysteem zijn geplaatst.

CO2

Mensen en (huis)dieren brengen bij uitademing CO2 in de lucht. De hoeveelheid CO2 is daardoor een betrouwbare indicator voor de hoeveelheid ventilatie die er nodig is. Buitenlucht bevat 350 tot 400 ppm CO2 (parts per million). Binnen is een CO2-concentratie van 800 tot 1200 ppm aanvaardbaar. Een hogere concentratie is niet prettig. Bij vraaggestuurde ventilatie gaat de pomp van de ventilatie-unit harder werken als de CO2-concentratie oploopt. Hiervoor worden sensoren geplaatst in verschillende vertrekken of in het systeem zelf.

Regeling per zone of vertrek

De beste systemen regelen de ventilatie per zone of vertrek. Hierbij worden de CO2 en de relatieve luchtvochtigheid van de afgezogen lucht per zone gemeten. Op basis daarvan wordt de ventilatie op die plaats geregeld. Een ventilatiesysteem met deze regeling is het meest nauwkeurig en levert de hoogste bijdrage aan comfort, gezondheid en energiebesparing. Als de CO2 alleen in de woonkamer wordt geregistreerd, is dat onvoldoende. Dan gaat ’s nachts de installatie naar de laagste stand, maar wordt het in de slaapkamers benauwd.

Aandachtspunten

  • Vraaggestuurde ventilatie reageert meestal niet op geurtjes en ook niet op schadelijke emissies uit meubelen, vloerbedekking of verf.
  • Sommige goedkope vraaggestuurde regelingen hebben slechts één CO2-sensor. Zulke systemen werken averechts voor de luchtkwaliteit in de slaapkamers.
  • Ook bij vraaggestuurde ventilatie mag u rustig een raam openzetten als u daar behoefte aan heeft. Het is een misverstand dat u het systeem daarmee zou ontregelen.
  • Als de lucht te droog is, kunt u dat niet oplossen door extra te ventileren. Daarvoor moet u luchtbevochtigers aanbrengen of meer planten in huis nemen.

Meer informatie:

Energiezuinige huishoudelijke apparaten

In een energiezuinig huis zorgen huishoudelijke apparaten voor het grootste deel van de energierekening. Wilt u werkelijk minder betalen, kies dan ook energiezuinige apparaten.

Steeds meer huishoudelijke apparaten

Huizen worden steeds energiezuiniger. Daardoor daalt het energieverbruik voor verwarming. Het totale energieverbruik van huishoudens stijgt echter nog steeds. Dat komt doordat we steeds meer huishoudelijke apparaten hebben. De grootste stroomvreters zijn apparaten die u vaak gebruikt en/of apparaten die warmte produceren. De top-5 bestaat uit koelkast, vriezer, TV, wasdroger en wasmachine. Echte energievreters zijn terrasverwarming, een jacuzzi en een airconditioner. Hier kan geen besparingsmaatregel tegenop.

Let bij aanschaf op het energielabel

Het energielabel is voor steeds meer huishoudelijke apparaten verplicht. De klassen lopen van zeer onzuinig (G) tot zeer zuinig (A). Voor koelkasten, drogers en wasmachines gelden de labels A+, A++ en A+++. Let op: voor deze apparaten is label A+ tegenwoordig het meest onzuinige. Het energielabel geeft overigens alleen een indruk van het energieverbruik van vergelijkbare apparaten. Een grote koelkast met label A+++ kan uiteindelijk meer energie vragen dan een kleine koelkast met label A+. Kies dus altijd een apparaat dat qua capaciteit bij uw huishouden past.

Gebruik apparaten effectief

Bij het dagelijks gebruik is energiewinst mogelijk door bijvoorbeeld de wasmachine alleen vol te gebruiken, de vaatwasser op de laagste temperatuur in te stellen, kleine pannen in plaats van grote te gebruiken en geen producten onnodig in de koelkast te bewaren. Daarnaast is onderhoud van belang. Het rendement van een koelkast gaat sterk achteruit door ijsvorming en van een wasdroger door vervuilde filters. Raadpleeg hiervoor de onderhoudsinstructies van de fabrikant. Sommige wasmachines en vaatwasmachines hebben een hot-fill aansluiting. Vooral in combinatie met een zonneboiler levert dat energiewinst.

Beperk het sluipverbruik

Steeds meer apparaten in huis staan permanent op stand-by. Denk aan de computer, tv, audioapparatuur en de combimagnetron. Veel apparaten werken met een adapter die altijd met de stekker in het stopcontact zit. Per jaar gaat er in een gemiddeld huishouden daardoor 450 kWh aan sluipstroom verloren. Daarvan is tweederde te vermijden. Zet apparaten echt uit wanneer ze niet in gebruik zijn en haal de stekker van een adapter uit het stopcontact als een apparaat is opgeladen. U kunt ook een stekkerdoos met (voet)schakelaar gebruiken of een (automatische) stand-by-killer.

Meer informatie:

Spaarlampen en LED-verlichting

Bij een energiezuinig huis hoort ook energiezuinige verlichting. Spaarlampen en LED-lampen geven veel licht. Ze gaan lang mee en ze gebruiken maar weinig elektriciteit.

Gloeilampen en halogeenlampen

Een gloeilamp doet vooral waarvoor hij niet is bedoeld: hij geeft meer warmte dan licht. Gloeilampen worden daarom afgeschaft. In de hele EU worden ze sinds 2012 niet meer verkocht. In de winkel of op internet vindt u alleen nog oude voorraden. Halogeenlampen zijn weliswaar twee tot vier keer beter dan gloeilampen, maar nog steeds niet optimaal.

Spaarlampen

Een beter alternatief is de spaarlamp. Deze is de laatste tien jaar sterk verbeterd. Er zijn meerdere modellen met een verschillende kleurtemperatuur. Ze passen in standaard armaturen. De meeste spaarlampen zijn dimbaar en hebben nog maar een korte opwarmtijd. Vergeleken met een gloeilamp is het energieverbruik van een spaarlamp ongeveer vijf keer zo klein en de levensduur is vijf keer zo lang. Daarmee is het zondermeer rendabel om gloeilampen in huis door spaarlampen te vervangen, ook al zijn de gloeilampen nog niet op.

TL en T5-lampen

Ouderwetse TL-buizen werken met een voorschakelapparaat dat vrij veel stroom verliest. Moderne T5-lampen zijn minstens 50 procent zuiniger. T5 lampen zijn dunner dan de oude TL-buizen en werken met een elektronisch voorschakelapparaat. Het licht trilt daardoor ook minder. Bovendien zijn T5-lampen dimbaar.

LED-lampen

LED-lampen zijn de zuinigste van alle. Ze gebruiken een minimale hoeveelheid elektriciteit en hebben een levensduur van 30.000 branduren. Dat is 20 tot 30 keer de levensduur van een gloeilamp. LED-lampen zijn beter bestand tegen aan- en uitschakelen dan spaarlampen. Nieuwe modellen passen in een normale schroeffitting en sommige zijn dimbaar. Vroeger gaven LED-lampen bijna altijd koud licht af. Tegenwoordig zijn alle kleuren mogelijk. Ze kunnen bovendien in kleur variëren. LED-verlichting bespaart daardoor niet alleen energie, er ontstaan ook nieuwe verlichtingsconcepten.

Aandachtspunten

  • Wacht niet met het vervangen van (oude) gloeilampen tot deze het niet meer doen. Direct vervangen loont.
  • Maak optimaal gebruik van daglicht.
  • Doe lampen uit als u weg bent. Ook energiezuinige lampen. Als u het gezellig vindt als het licht brandt wanneer u thuiskomt, gebruik dan een tijdschakelaar, eventueel gecombineerd met een bewegingsdetector.
  • Let op dat niet alle LED-lampen en spaarlampen geschikt zijn voor schakeling met een bewegingssensor.

Meer informatie:

De slimme energiemeter

Een slimme meter is een digitale meter die het verbruik van gas en elektriciteit registreert. De meter geeft meer inzicht in uw energieverbruik. Dat helpt bij het besparen.

Waarom een slimme meter?

Vanaf 2015 krijgt iedere huis in Nederland een slimme energiemeter. Dit is een digitale meter die het gebruik van gas en elektriciteit registreert. In nieuwbouwhuizen wordt de slimme energiemeter direct aangebracht. De slimme meter registreert niet alleen uw verbruik, maar heeft ook allerlei ICT-functies. Zo kan de energieleverancier op afstand uw verbruik aflezen. U hoeft dus geen meterstanden meer door te geven en uw maandelijkse rekening is gebaseerd op het feitelijke verbruik.

Besparen met de slimme meter

De slimme energiemeter geeft meer inzicht in uw verbruikspatroon. U kunt uw energieverbruik op detailniveau in de gaten houden. Zo ziet u precies op welk moment bepaalde apparaten aan- en uitgaan en wat dat doet met uw stroomverbruik. Via een gratis portal op internet kunt u trends in beeld brengen. U kunt uw gas- en elektriciteitsverbruik vergelijken met eerdere periodes en met andere huishoudens. Er zijn ook apparaatjes verkrijgbaar die real-time inzicht geven in uw verbruik, desgewenst op uw smartphone. Meer inzicht in uw verbruik levert u ook de handvatten om het verbruik terug te dringen.

Privacy

Rond de introductie van de slimme meter is discussie ontstaan over de privacybescherming. Kan een hacker straks uw energieafname zien en daarmee zien of u thuis bent of niet? Als u het niet vertrouwt, kunt u de meter laten installeren, maar er geen toestemming voor geven dat uw verbruik op afstand wordt geregistreerd.

Aandachtpunten

  • Een slimme energiemeter is niet duurder dan een traditionele meter, maar geeft u wel meer mogelijkheden.
  • Door uw energieverbruik nauwkeurig te volgen, ziet u snel waar u nog kunt besparen. Meten is weten.

Meer informatie: